verwarmingstechniek

 De soorten verwarmingselementen
Espresso dient te worden gezet met water dat tussen de 90 en 96 graden celsius is. Om het water op temperatuur te brengen zijn er verschillende systemen op de markt te weten: De boiler Dit is het oudste systeem. Dit systeem wordt vaak nog toegepast bij de handmatige systemen (met een hendel). Het water wordt in een boiler verwarmd tot ca. 120 graden. In de zetgroep wordt het water teruggekoeld tot de juiste temperatuur. Dit is uiteraard niet het meest precieze systeem. De zetgroep moet niet te koud zijn want dan koelt de espresso te veel af. Is de zetgroep echter te warm, dan smaakt de koffie "verbrand bitter”. De warmtewisselaar Veel van de grotere espressoapparaten gebruiken dit systeem. Hierbij wordt het water uit het waterreservoir via de toevoerleiding door de boiler geleid waardoor het, wanneer de leiding de boiler verlaat, precies op de goede temperatuur is. Bij apparaten die gebruik maken van dit systeem, moet de temperatuur van de zetgroep op hetzelfde niveau zijn als de temperatuur van het water, anders zou de zetgroep de koffietemperatuur ten nadele beďnvloeden. De zetgroep wordt meestal op temperatuur gebracht door een warmwater circulatiesysteem. Ook dit systeem is niet geheel precies omdat de omgevingstemperatuur van het apparaat invloed heeft op die van de zetgroep. Bij de betere machines is dit echter goed geregeld door de zetgroep bijvoorbeeld zeer zwaar uit te voeren waardoor de temperatuur kan worden gewaarborgd. De maximale afwijking wordt dan gereduceerd tot 1 a 2 graden. Wanneer het apparaat langer aanstaat kan de temperatuur van de zetgroep te hoog worden en dient de gebruiker water door de zetgroep te laten lopen om de temperatuur gelijk te stellen met de watertemperatuur. Een bijkomend voordeel van apparaten met een warmtewisselaar is dat men tegelijk espresso kan zetten en het stoompijpje kan gebruiken voor melk opschuimen, omdat het water en de stoom uit 2 verschillende bronnen komt: de stoom uit de boiler en het water uit het waterreservoir. Enkele boiler Veel kleinere espressoapparaten hebben een enkele boiler zonder warmtewisselaar. Tijdens het bereiden van de espresso wordt het water door een thermostaat verwarmd tot 90/96 graden en wanneer men stoom wil om melk te schuimen zorgt een andere thermostaat voor een temperatuur van 120 graden. Nadeel is dat het even duurt voordat de temperatuur op 120 graden is en dat het vaak nog langer duurt voordat het weer terug is op 90/96 graden. Grofweg kan gesteld worden dat hoe groter de boiler is, hoe beter de machine. Onderaan de markt zijn machines te vinden met een thermoblock dat slechts 1 espresso tegelijk kan verwarmen, terwijl aan de bovenkant van de markt systemen te verkrijgen zijn die tot wel 25 espresso’s kunnen verwarmen en daardoor een veel stabielere temperatuur leveren. Dubbele boiler Omdat apparaten met een enkele boiler niet tegelijk espresso en stoom kunnen produceren, zijn er fabrikanten die systemen met een dubbele boiler hebben ontwikkeld. De ene boiler wordt gebruikt om espresso mee te zetten, terwijl de andere stoom herbergt voor het opschuimen van melk.