De geschiedenis van koffie

Hoe is koffie ontdekt?


De ontdekking en wereldwijde verspreiding van koffie is met veel verhalen en legendes omgeven. Al in 900 voor Christus vermeldt de Arabische arts Rhazes in een van zijn geschriften de werking van koffie.

Leuker is het verhaal van de geitenhoeder Kaldi in het bergland van Ethiopië dat dateert van 1500 jaar geleden. Hij zag zijn geiten dansen en springen nadat ze koffiebessen hadden gegeten. Monniken uit een naburig klooster maakten een drank van de bessen en ontdekten zo de opwekkende werking van koffie.

Het waren vervolgens Arabische handelslieden die de plant vanuit Ethiopië meenamen naar Jemen, waar ze koffie begonnen te telen. Zeelieden en pelgrims uit andere landen en werelddelen dronken daar de opwekkende drank en namen gebrande koffiebonen mee naar huis.

Uit alle macht probeerden de Arabieren hun handelsmonopolie op de koffiemarkt te behouden, maar het was De Verenigde Oost-Indische Compagnie die dat doorbrak door in 1614 een plantje mee te smokkelen naar Amsterdam.

Aan het eind van de 17e en het begin van de 18e eeuw werd Amsterdam het wereldcentrum van de koffiehandel. Het verbruik van koffie in Europa nam snel toe. In 1699 legden de Hollanders hun eigen plantages aan op Java.

In 1740 was Frankrijk de grootste koffieproducent ter wereld, dankzij een stekje dat afkomstig was uit de Amsterdamse Hortus Botanicus. Frankrijk was ook de grootste verbruiker, met alleen al in Parijs meer dan 380 koffiehuizen.

In de 19e eeuw had de koffieproductie zich al verspreid over grote gebieden van Zuid- en Midden-Amerika en de Indonesische archipel.

Aan het begin van de 20e eeuw groeide Brazilië uit tot de grootste koffieproducent en dat is nu nog steeds zo. Pas in het begin van die eeuw werd ook in Afrika de koffieteelt niet meer aan wildgroei en toeval overgelaten. Tegenwoordig zijn landen als Kenia, de 'Democratic Republic of Kongo' (voorheen Zaïre), Uganda, Angola en Ivoorkust heel belangrijk voor de koffieproductie.